Angst is voor de meeste ruiters niet een onbekende emotie. Niet heel gek, als je bijna dagelijks omgaat met vluchtdieren van 500 kilo of zwaarder. Hoewel je volledig vertrouwt op jouw (verzorg)paard, weet je ook dat er altijd risico’s aan verbonden zijn. Niet alleen tijdens het rijden gebeuren er ongelukken met paarden, maar ook tijdens de omgang. Ik denk dat we allemaal wel een momentje kunnen bedenken waarop het niet helemaal verliep volgens plan: een hoef op je kleine teen omdat je paard net even opzij stapt, een blauw oog omdat je een liefdevolle kopstoot krijgt of misschien zelfs erger letsel wanneer je van een paard valt. Gelukkig gaat het meestal goed en is de angst dat er echt grote ongelukken gebeuren niet gegrond, maar in ons hoofd werkt dit helaas niet altijd zo simpel.
Zelf ondervind ik de laatste tijd veel hinder van dat mentale stukje. Sinds ik van Noblesse ben afgevallen en een ruggenwervel heb gebroken, ben ik veel bezig in mijn hoofd met allerlei rampscenario’s. En laat ik heel eerlijk zijn: ik was al niet zo’n held. Om mezelf een extra steuntje in de rug te geven en meer inkijk te krijgen in de ruiterpsyche, heb ik het boek ‘Tussen je oren, onder je cap’ van Afke Teunen gekocht.
Voor een korte omschrijving van dit boek, verwijs ik even naar de achterflap:
“Een gebrek aan zelfvertrouwen is maar een van de vele issues waar ruiters mee te maken kunnen krijgen. Er zijn er meer. Neem bijvoorbeeld angst. Vrijwel elke ruiter valt weleens en dat kan grote gevolgen hebben. Niet alleen jij, ook de relatie met je paard kan een deuk oplopen. Ook wedstrijden, vermoeidheid en de omgang met je instructeur of stalgenoten kan het nodige losmaken. Er zijn niet altijd shortcuts voor verbeteringen. Maar het helpt om te weten wat er allemaal tussen je oren, onder je cap gebeurt. En daarna kun je werken aan oplossingen en verbeteringen.”

Het boek is opgedeeld in vijf delen: Tussen je oren, emoties, sportpsychologie, ruiters en anderen en gezond verstand. In elk deel wordt ingegaan op een ander aspect van hoe angst kan werken en waar het vandaan komt én hoe je het “tussen je oren” kunt oplossen. Er wordt dus niet alleen ingegaan op jouw eigen emoties rondom angst, maar ook op hoe anderen dat kunnen beïnvloeden (bijvoorbeeld door je juiste mensen om je heen te verzamelen. Daarnaast gaat het niet alleen op “valangst”, maar allerlei soorten angst die je als ruiter tegenkomt, zoals bijvoorbeeld wedstrijdangst.
Een boek dat jouw dus helpt begrijpen waar je angst vandaan komt en hoe je hier het beste mee om kan gaan. Het klinkt allemaal misschien wat als een open deur, want natuurlijk weet je wel dat angst niet altijd reëel is. Maar juist dit stuk bewustzijn en leren hoe je daar de controle weer over terug kunt nemen, is heel belangrijk.
Wat het oplevert? In ieder geval dus een stukje bewustzijn. Als je weet waar je angst vandaan komt, hoe reëel het is en hoe je met angst om kunt gaan, kun je voorkomen dat je in een angstmodus schiet tijdens het rijden of tijdens de omgang met paarden. Angst zit vaak diep en er gaan veel dingen aan vooraf en dat kun je niet zomaar wegnemen, maar het helpt wel om het te reguleren. Wij paardenmensen weten als geen ander hoe gemakkelijk onze angst en stress over kan slaan op het paard. Dit boek heeft mij hier in ieder geval mee geholpen en helpt mij hier op dit moment nog steeds mee.
